hartje

“Ieder kind is OK”. Dit zinnetje werd de ‘ondertitel’ van mijn onderneming toen ik 4 jaar geleden begon. Vanaf vandaag wil ik deze ondertitel belangrijker gaan maken: want eigenlijk is het geloof in dat ene zinnetje voor mij nog belangrijker geworden dan het geloof in de ‘ontwikkelingskracht’ van kinderen.

Ik koos destijds deze naam omdat ik heel erg geloof in de ontwikkelingskracht van kinderen. Ik geloof dat ieder kind talenten, kwaliteiten, kracht en mogelijkheden in zich heeft om zich te ontwikkelen. En met dat geloof ging ik op pad om kinderen, ouders en leerkrachten te begeleiden, adviseren en/of coachen. En toch, zo zie ik het nu, zit er iets krampachtigs in dat geloof in ontwikkelingskracht! Iets maakbaars, iets dat je voor elkaar kunt (lees: moet!) krijgen. Ik merk dat ik vaak mijn vuist bal als ik vertel over mijn geloof in ontwikkelingskracht, daar zit iets van strijd in…

Tja, het is heel fijn als dingen lukken, maar eerlijk is eerlijk: soms is het ook echt heel moeilijk om kinderen weer op het spoor van hun eigen ontwikkelingskracht te krijgen, zo heb ik ondervonden in mijn praktijk en ook met mijn eigen kinderen. En hoe kan dat dan? En aan wie ligt dat dan? Aan de kinderen zelf? (interne factoren). Of aan ‘de buitenwereld’, aan de omgeving van het kind? (externe factoren). Je kunt dat niet los van elkaar zien, alles gebeurt in interactie met elkaar. In het complexe samenspel van factoren in en buiten het kind, kan een kind zijn ontwikkelingskracht kwijt raken of komt het juist tot bloei.

Ik heb in de afgelopen vier jaar ervaren dat het hebben van een eigen onderneming een zoektocht is, een avontuur eigenlijk, net als bij de ontwikkeling van kinderen. En als ik goed kijk dan geldt dat eigenlijk ook voor mijn ontwikkeling als ouder; ik was de afgelopen jaren stiekem ook op zoek naar mijn eigen ontwikkelingskracht als ouder.
Ik heb niet alleen als ondernemer, maar ook als ouder, ervaren dat alles een leerproces is, wat gepaard gaat met vallen en opstaan en regelmatig grote frustraties en ook weer momenten van groei.
Net als bij kinderen.

En dat mijn eigen gevoelens mij daarbij soms flink in de weg zitten.
Net als bij kinderen.

En dat ik soms ongelooflijk streng ben voor mezelf, de lat heel hoog heb liggen. Wat ik ook zie bij heel veel andere ouders en andere volwassenen.
Net als bij veel kinderen.

Welk voorbeeld geven wij als volwassenen hiermee aan onze kinderen? Bij mij dringt het besef steeds meer door dat je als volwassene eerst jezelf OK moet vinden om er écht voor je kind te kunnen zijn. Weten wie je bent en wat je leuk vindt, weten welke dingen jou triggeren of waar je bang voor bent en dat dat soms meer van jou is dan van je kind. Weten wat jij nodig hebt om op te laden, om weer balans te vinden. En weten dat je ook OK bent als het nog even niet allemaal lukt, ook al voelt dat soms nog niet altijd zo.

Ik vind het schrijnend om te zien hoeveel kinderen tegenwoordig twijfelen aan zichzelf en dat er steeds meer kinderen zijn ‘waar iets mee is’. En weet je wat mijn eigen paradox hierin is? Ik ben zelf ook een moeder van een kind ‘waar iets mee is’ en die lang getwijfeld heeft aan zichzelf. Maar ik heb wel iets ontdekt: ik begin steeds meer te begrijpen dat het niet de kinderen zijn, maar vooral de volwassenen: zoveel mensen die twijfelen aan zichzelf, niet goed lijkt te weten wie ze zijn, geen fouten mogen maken van zichzelf en zich vaak laten leiden door wat ‘de buitenwereld’ vindt i.p.v. durven te vertrouwen op zichzelf. Heel hard bezig zijn om alles zo goed mogelijk te doen i.p.v. het goede te doen, nl. wat goed is voor henzelf én voor de ander (zie blog Goed is goed genoeg).

Ik ben tot de conclusie gekomen dat aan het geloof in ontwikkelingskracht iets anders vooraf gaat: namelijk het vertrouwen dat ieder kind OK is. Dat kinderen gemaakt zijn om te leren en zich te ontwikkelen en dat het erom gaat hun innerlijke kracht en motivatie aan te boren. Dat ze goede intenties hebben. Het enige wat kinderen willen en nodig hebben zijn stevige volwassenen zijn die durven te laten zien dat ze mogen twijfelen aan zichzelf, dat ze fouten mogen maken van zichzelf, dat ze mogen leren, dat gevoelens er mogen zijn en dat emoties ook weer voorbijgaan. Volwassenen die zichzelf niet altijd zo serieus nemen, die kunnen lachen en grapjes maken, dingen luchtig kunnen houden, die weer gewoon zichzelf zijn en zich niet gek laten maken door en in de hectiek van de buitenwereld. Die aandacht hebben en er kunnen zijn voor het kind als het nodig is en erop vertrouwen dat het kind ook heel veel zelf kan.

Opvoeden en onderwijs vanuit vertrouwen én met de menselijke maat, zo zou ik het graag zien. Waarbij fouten maken mag en je soms ongelukkig voelen ook.
Dus vanaf nu: Ieder kind is OK, ook het kind in de volwassene (ook al zit die soms nog een beetje verstopt).